De Roos overleefde alle stormen

De Roos overleefde alle stormen

Door Hans Brandsma in het Noord-Hollands Dagblad 29 apr. 2018

Koedijk* Als de muren van De Rietschoot konden praten, zouden er heel wat smakelijke anekdotes worden opgedist. Het ontmoetingscentrum in Koedijk is al jarenlang het domein van De Roos, de toneelvereniging die dit jaar haar 150-Jarig jubileum viert.

Het geheim van De Roos? „Het dorpse en intieme karakter van de vereniging waar al tientallen jaren hele families veel plezier aan beleven. Mijn opa speelde al toneel bij De Roos en later mijn kinderen ook”, zegt Tini Smit, al 37 jaar lid van De Roos. Samen met Lenie de Kuijer – al zes jaar veelvuldig in touw voor De Roos – is Smit voor het jubileum diep in de geschiedenis van de toneelvereniging gedoken. Op 11 november 1868 richtte dominee Venneker de Koedijker Rederijkerskamer De Roos op.

Zijn idee was om de kamer te laten fungeren als zang- en toneelvereniging om op die manier een bijdrage te leveren aan de bevordering van het spreken. Het zanggedeelte is nooit van de grond gekomen, maar het toneel des te meer. In januari 1869 werd het eerste stuk opgevoerd. Als beloning kregen de spelers een halve fles wijn en de toeschouwers betaalden 25 cent om een voorstelling bij te wonen.

Teamwork Anno 2018 heeft De Roos achttien leden en rond dat aantal heeft het altijd geschommeld. Volgens Smit en De Kuijer was daar ook een reden voor. Het bestuur hanteert de doelstelling dat het lidmaatschap inhoudt dat de leden ook toneel willen spelen. Weinig leden geeft ook saamhorigheid omdat iedereen verplicht is de handen uit de mouwen te steken. De Kuijer: „Het is leuk om ergens naar toe te werken. Als wij een toneelvoorstelling voorbereiden is er echt sprake van teamwork. Dan probeer je elkaar zo goed mogelijk te helpen. Soms barst het ook wel eens van de emotie, maar dat pikken we allemaal van elkaar.” De saamhorigheid bij De Roos stond ook wel eens op losse schroeven.

In de jaren twintig van de  vorige eeuw ontstond er een schisma. In eerste instantie hadden dokter, dominee en notaris een grote stem in het kapittel, maar toen dit niet meer het geval was. ontstond er een stevig meningsverschil binnen De Roos. De ene helft van de groep wilde in het café van de familie De Man aan de Kanaaldijk in Koedijk spelen, de andere helft In café Butter, het gebouw waarin momenteel de Regiobank in is gehuisvest.

Rederijkerskamer De Roos kreeg met Het Rozenknopje een afsplitsing. Toen na twee jaar beide verenigingen op dezelfde avond het zelfde toneelstuk opvoerden, betekende dat een stille dood voor Het Rozenknopje. De voorstelling van De Roos trok een volle zaal, het stuk van Het Rozenknopje trok nauwelijks belangstelling. Jarenlang speelde De Roos drie stukken per jaar: tijdens de kermis in Koedijk, en tijdens de viering van Kerstmis en Pasen. Daarnaast zetten de leden zich ook In voor het jeugdtoneel en het sinterklaas-toneel. Dat laatste gebeurt nog steeds en is volgens Smit een van de hoogtepunten van het jaar. „Voor de kinderen is het prachtig. Ze zitten met rode koontjes te kijken. Daarnaast spelen we nog een toneelstuk per jaar, dat we twee keer in een weekeinde opvoeren.

Als de zomer is afgelopen beginnen we met de eerste voorbereidingen. Dan heeft de leescommissie al stukken uitgekozen. Dat kan een blijspel zijn of een wat zwaarder stuk. De leden geven dat hun voorkeur aan en daarna beginnen we met repeteren. Dat is een keer per week en hoewel het er serieus aan toe gaat, hebben we met elkaar verschrikkelijk veel plezier.” De Roos heeft in 150 jaar niet heel veel voorzitters versleten. Vooral Maarten Boerebach maakte bij de huidige leden een onuitwisbare indruk. De Kuijer: „Nadat hij is overleden hebben we best een zwaar jaar achter de rug gehad. Het heeft er ook even om gespannen. Moesten we door gaan of er na 49 jaar maar mee stoppen?

Toen hebben we de gelederen gesloten en besloten er de komende jaren weer wat moois van te maken. Met een beetje subsidie van de gemeente en het enorme enthousiasme van onze leden lukt dat inmiddels weer prima. Voor de komende jaren hopen we dat we wat jonge aanwas krijgen. Waar ze aan moeten voldoen? Ze moeten het leuk vinden om op het toneel te staan, hoewel een beetje plankenkoorts helemaal niet erg is. “