skip to Main Content
TodayGeslotenGeopend op aanvraag

Ook Koedijk had te lijden onder Spaans juk

Ook Koedijk had te lijden onder Spaans juk

Het beleg van Alkmaar in 1573 door de Spanjaarden

Uit ‘Alkmaars beleg ten jaren 1573’
Start beleg augustus
Don Frederik ving aan met het beleg. In dichte drommen trokken zijne legerscharen tegen de stad op en bezetten haar in den vollen zin des woords van achteren en van voren, zoodat hij zelf er met welgevallen van getuigde dat er geen spreeuw meer door kon. — Daar was Spaansche overdrijving in dit getuigenis, want voor pluimgedierte is er nog altijd vrije aftocht door de lucht maar zeker was het dat geen toevoer van buiten de stad meer kon bereiken, en alle gemeenschap van uit de stad zelve met vriend en bondgenooten voor goed had opgehouden.

Niet minder dan honderd-een-en-twintig welvoltallige compagnieën lagen in wijden maar aaneengesloten cirkel rondom de kleine stad, die gelukkig door hare breede grachten niet van alle zijden even licht was te genaken. Don Frederik zelf, die den naam had zijn vader in krijgsbeleid te evenaren, had zijn hoofdkwartier gelegd te Oudorp. Behalve zijne lijfwacht, uit honderd-vijftig man cavalerie bestaande, had hij daar met zich een groot deel edellieden en voorname krijgsbevelhebbers, en het beste deel zijner troepen onder de bevelen van Jean de Noircarmes als zijn luitenant, Gonzalvo de Braccamonte, een vermaard Kolonel — (die zich bij den slag van Jemmingen had onderscheiden, zoowel door dapperheid en krijgsbeleid als door den moedwil dien hij zijn volk liet bedrijven tegen onschuldige landlieden) — Don Pedro de Velasco en Don Pedro de Toledo, zijn bloedverwant, de Heer van Coignies, Stefano Dejualo, Veldmaarschalk mijnheer de la Motte, Artilleriemeester.

Te Huiswaart was gelegerd Don Ferdinand de Toledo, natuurlijke zoon van den Hertog, met acht vaandelen voetvolk, te St. Pancras de Overste Polswijler met zes vaandelen. Te Koedijk had de positie genomen met twaalf vaandelen, terwijl in ’t zelfde dorp de Baron de Chevreaux lag met acht vaandelen Bourgondiërs. Bergen was bezet door den Heer de Capres met tien vaandelen Nederlandsche Walen. In de Nieuwpoort lagen tien vaandelen Spaansch volk onder Overste Jurriaan Fronsberg, en daarnevens twaalf vaandelen wel uitgeruste Duitsche ruiters; daarenboven nog de Graaf van Ebersteijn met drie vaandelen Duitsche voetknechten.

Ontzet
Reeds hadden Don Frederik en de zijnen de voorproef gesmaakt van ’t geen die geduchte bedreiging moest zijn in har volheid. De Gouverneur van het Noorderkwartier had aanvang laten maken met zijne belofte, en reeds waren de lage weiden van Oudorp en St. Pancras in slijkpoelen verkeerd, waarin de soldaat het niet langer harden kon. Reeds was geene versterking meer te ontbieden, reeds was het voor ruiterij en geschut niet meer om door te komen; — wat zou het zijn, zoo het noodsein der belegerden tot het uitvoeren der bedreiging in hare volheid drong .en ook de zee hare verlossende golven onweerhouden over gansch Waterland liet uitstroomen! Dan, dan was het leger voor Alkmaar een lot bereid als dat van Pharao in de Roode zee! De Koning, — Don Frederik en zijne medebevelhebbers wisten het — was een streng Heer, die de wereld de wet wilde stellen, maar die zich boog voor de krachten der natuur. Zij belegden een krijgsraad, en men werd het eens dat de aftocht, nu nog doenlijk, geen roemlooze vlucht behoefde te worden, en dat men aflaten moet van dat kleine vuilnisnest, dat met zooveel Spaansche levens toch te duur zou gekocht worden.

De druiven waren zuur, Don Frederik! en de ontredderde poorten, de in puin geschoten bolwerken grimden u van uit de verte tergend en spottend aan.

Pour acquit de conscience liet hij nog wel zijn geschut daartegen werken, maar tot een vernieuwden aanval was zijn volk niet mee te krijgen, hoewel de Alkmaarders fier en stout geworden, hunne vijanden op den wal nu durfden uittarten en braveeren. Maar, als een wijs man, verdroeg de Spaansche veldheer liever dien hoon, dan tot het uiterste verlies te volharden. II pliait ses tentes et bagages met goed beleid en zonder overijling, en, na Koedijk en Huiswaart in brand te hebben gestoken, trok hij voor goed af.

De Alkmaarders, zijne aanstalten tot den aftocht van hunne wallen ziende, konden hunne oogen nauwelijks gelooven. Om zich te verzekeren dat het geen krijgslist was tot hun verderf uitgedacht, joegen zij de wegtrekkenden na. Dus, stoutmoedig in den rug gevallen, verkeerde de aftocht in een vlucht, en de zegevierende burgers brachten hunne belagers nog menigen stoot toe tot afscheid, en waren wel verzekerd dat het terugtrekken van Don Frederik meenens was.

Op den ACHTSTEN OCTOBER mochten zij vrij en dankbaar hun ONTZET vieren. Het was een ontzet voor gansch West-Friesland. Ja een kreet van blijdschap ging door het gansche land! Alkmaars burgers hadden de oude geharde soldaten van Alba zegevierende weerstaan — van Alkmaar ging de victorie uit.

Back To Top
X